RES, Regionale Energie Strategie

Regionale Energie Strategie (RES) schetst de mogelijkheden van duurzame energie en de warmtetransitie

Sinds eind 2018 is Nederland onderverdeeld in dertig regio’s die allemaal hun eigen Regionale Energie Strategie (RES) maken. De regio Arnhem – Nijmegen is geen uitzondering. Nicole Olland, de procesregisseur, vertelt wat het doel van de RES is.

De RES is onderdeel van het landelijke klimaatakkoord. De Nederlandse overheid wil er met dertig regionale strategieën voor zorgen dat de klimaataanpak op regionaal niveau wordt uitgevoerd in plaats van landelijk wordt opgedrongen. “Dat hoort niet meer bij deze tijd en dat beseffen ze zich gelukkig ook”, zegt Nicole Olland, de procesregisseur van de RES in Arnhem – Nijmegen.

Gevoelige onderwerpen

Olland en haar collega’s werken in deze regio samen met twintig partners: zestien gemeenten, drie waterschappen en de provincie Gelderland. Ook netbeheerder Liander zit aan tafel. De RES houdt zich niet met het complete duurzaamheidsvraagstuk bezig, maakt ze meteen duidelijk. “Het gaat om een taartpunt: het opwekken van grootschalige duurzame energie en de warmtetransitie. Veel duurzaamheidsonderwerpen vallen er dus niet onder. Daarover is soms verwarring.” De twee onderwerpen kunnen politiek gevoelig zijn, weet ook Olland. “Het gaat vaak over een ingreep op het landschap. Over windmolens en zonnevelden zijn regelmatig sterke meningen.”

Drie producten

De RES wil samen met de samenleving de mogelijkheden schetsen en heeft de opdracht om drie producten op te leveren: een startnotitie, een conceptbod en een eindbod. De startnotitie wordt uiterlijk in januari door alle betrokken overheden vastgesteld. Daarin worden de spelregels bepaald. In juni moet er een conceptbod liggen dat aan het Kabinet en het Planbureau voor de Leefomgeving wordt aangeboden. Het eindbod staat voor maart 2021 op de agenda. De voornaamste taken van de RES zitten er daarna op. “We zijn in principe een tijdelijke organisatie, al wordt er nog gekeken hoe de uitvoering daarna gaat gebeuren.”

Nu wordt eerst, zoals Olland dat omschrijft, ‘het verhaal gebouwd’. “Dat gebeurt met stakeholders uit de regio.” Die stakeholders zijn heel divers, het gaat onder meer om (agrarische) ondernemers of ondernemersorganisaties, natuur- en milieuorganisaties en ook afgevaardigden van wijkplatformen.

Olland: “We bouwen het conceptbod onder andere op met zogeheten ruimte-ateliers. Dat zijn bijeenkomsten die regelmatig ergens in de regio plaatsvinden.” Ook komen er warmte-ateliers, specifiek over de warmtetransitie: “Naast die ateliers in de deelregio’s komen er ook centrale ateliers die op specifieke onderwerpen inzoomen, zoals landbouw en mobiliteit.”

Spelregels

De afgelopen tijd had het samenstellen van de startnotitie prioriteit. Die ligt nu ter besluitvorming bij de verschillende overheden. “Er staan spelregels in, onder andere dat alle overheden bereid moeten zijn om het eigen beleid te heroverwegen. Dat is noodzakelijk, anders komt er nooit beweging in deze transitie. De verschillende wethouders hebben aan de notitie meegewerkt, nu moeten de gemeenteraden, de Provinciale Staten en de algemeen besturen van de waterschappen daar een besluit over nemen.”

De dertig regio’s werken afzonderlijk. “Er is een nationaal programma en van daaruit is een handreiking gedaan over een aanpak. Dat is geen verplichting, maar je ziet toch dat iedereen het ongeveer op dezelfde manier aanpakt.”

De Gelderse doelstelling om in 2030 de CO2-uitstoot met 55 procent te hebben gereduceerd, geldt ook als doel van de RES in Arnhem – Nijmegen. “We werken naar dat punt toe, maar voor die CO2-reductie is algehele verduurzaming nodig. Zoals gezegd, wij zijn slechts een taartpunt, we hebben niet overal invloed op. We brengen in kaart wat er met het opwekken van duurzame energie en warmtenetten mogelijk is en hopelijk komen we uiteindelijk heel dicht in de buurt van die 55 procent.”

Meer over de RES

Dit artikel delen

FacebookTwitterEmailLinkedInWhatsApp