techniekonderwijs, Hybride docenten; Wetenschap en Techniek

Kansen voor regionaal techniekonderwijs na toekenning grote subsidie

Samenwerkende scholen in de regio Nijmegen en Het land van Maas en Waal krijgen van de overheid in vier jaar tijd 5,2 miljoen euro aan subsidie voor techniekonderwijs. Lex van Drongelen, rector van het Pax Christi College en vanaf het begin betrokken bij het subsidietraject, ziet volop kansen.

Het tekort aan technisch geschoold personeel zorgde ervoor dat de regering vorig jaar bekend maakte 100 miljoen euro per jaar te investeren in techniekonderwijs. Scholen in de regio Nijmegen en het Land van Maas en Waal gingen meteen aan de slag. Onderdeel van de subsidieaanvraag was onder meer het zoeken van samenwerkingspartners om een transitiefase van vier jaar mee in te gaan.

Kunst op zich

Daarna begon het doen van de aanvraag zelf, met onder meer een economische scan en een sterkte-zwakte-analyse. “Zo’n aanvraag is een kunst op zich”, weet Van Drongelen. “Daarom hebben we er vanaf het begin van het afgelopen schooljaar mensen voor vrijgemaakt. Daardoor hebben we nu, sneller dan andere goede regio’s, groen licht. In de aanvraag hebben we aan kunnen tonen dat we in de transitiefase door samenwerking voor meer leerlingen in de techniek kunnen zorgen.” De scholen krijgen 1,3 miljoen euro per jaar voor de periode van 2020 tot en met 2023.

De samenwerkende scholen zijn de zeven middelbare scholen die bij de Alliantie VO betrokken zijn, de zes scholen van Scholengroep Rijk van Nijmegen, het ROC Nijmegen, het Montessori College Nijmegen en enkele andere scholen. Ook het speciaal onderwijs is aangesloten. “Het onderwijsnetwerk in en om Nijmegen is heel sterk en daar hebben we nu maximaal gebruik van gemaakt”, zegt Van Drongelen.

Grote stappen

Ook van bedrijven uit de regio kregen de scholen veel hulp. “Tien procent van het bedrag moest afkomstig zijn van cofinanciering van bedrijven. In ons geval is dat dus 130.000 euro per jaar. Als we de helft minder bij bedrijven hadden opgehaald, hadden we ook de helft minder subsidie gekregen. We hebben daar hard voor gewerkt, maar merkten ook enthousiasme. Een grote rederij kwam bijvoorbeeld langs en gaat uit eigen zak een moderne lascabine voor ons betalen. Er heerst bij bedrijven nu echt het gevoel dat er iets gaat gebeuren. Er is altijd aan elkaar gesnuffeld, maar nu hebben we elkaar gevonden en worden er grote stappen gezet.”

Die stappen kunnen met de beschikbare miljoenen nog sneller gezet worden. “We willen onder andere veel meer innovatieve keuzemodules ontwikkelen en aanbieden. Daarnaast moeten praktijkdocenten meer tijd hebben voor bijscholing en het versterken van hun netwerk. En uiteraard willen we investeren in de apparatuur in praktijklokalen. Dat moet op een slimme manier gebeuren, in samenwerking met elkaar, zodat er een soort hotspots ontstaan. Om een voorbeeld te geven: een bedrijf heeft al geopperd om ergens een warmtepomp neer te zetten. Dat is natuurlijk interessant voor heel veel scholen. Dat soort apparatuur moet slim verdeeld worden over het netwerk. Dan krijg je een gelaagd model: sommige apparatuur is bij elke school aanwezig, duurdere machines staan op hotspots en de nog grotere innovatieve apparatuur staat bij de bedrijven zelf waarmee we nu nauwer samenwerken. De voorbereiding gebeurt dan digitaal.”

Uiteindelijke hoofddoel is dat leerlingen in beweging komen. “Ze moeten zo snel mogelijk in hun opleiding kunnen proeven aan de omgeving waarin ze later hopelijk een mooie baan gaan vinden. En dan geen snuffelstage met de handen op de rug, maar echt leuke dingen op hoog niveau kunnen doen.

Meer over onderwijs

FacebookTwitterEmailLinkedInWhatsApp