Nijmeegse antennes aan het werk

Ruim een jaar geleden werden ze al gelanceerd, maar nu is het eindelijk zover: de drie Nijmeegse antennes van een Nederlands-Chinese radiotelescoop zijn eindelijk aan het werk. De antennes zijn achter de maan geplaatst om het ontstaan van het heelal te onderzoeken.

Projectgroep Radboud Universiteit

Nijmeegse wetenschappers leiden het project, de eerste Nederlandse maanmissie. Het doel is om vanaf de achterkant van de maan geluiden in de ruimte op te sporen van kort na de oerknal. De apparatuur moet radiosignalen opvangen van de tijd voor de vorming van de eerste sterren en sterrenstelsels. Op die manier moet meer duidelijk worden over het ontstaan van het heelal. Door de apparatuur achter de maan te plaatsen, is de kans op succesvolle ruimteontdekkingen groter. Signalen hebben daar namelijk geen last van de aardse atmosfeer. Hoofdonderzoeker Heino Falcke tegen de Gelderlander: ,,Radioastronomen bestuderen het heelal met behulp van radiogolven, licht dat wij met het blote oog niet kunnen zien en dat afkomstig is van bijvoorbeeld dode sterren en planeten. Hier op aarde wordt een deel van de radiostraling uit het heelal geblokkeerd door de dampkring. Aan de achterkant van de maan heb je daar geen last van.’’

Onderzoek naar de oerknal

Het is de eerste keer dat een radiotelescoop op zo’n grote afstand (450.000 kilometer) van de aarde verwijderd is. Het project had – op de lancering na – niet écht een vliegende start. De communicatiesatelliet die de antenne moet bijstaan was namelijk vertraagd. Daardoor hebben de antennes ruim een jaar op actie moeten wachten. Toch is het nu eindelijk zover. De komende jaren zullen de antennes iedere maand twee weken lang metingen doen. Tijdens het aanzetten van de antennes bleek echter dat het lastig was om de antennes compleet uit te rollen, waarom besloten is om alvast te starten met dataverzameling en de antennes eventueel in een later stadium verder uit te rollen. De antennes zijn momenteel in staat om gegevens van zo’n 800 miljoen jaar na de oerknal te signaleren. Wanneer de antennes verder uitgerold worden, kunnen ze zelf signalen van vlak na de oerknal opvangen.

Meer over Radboud-onderzoeken

Dit artikel delen

FacebookTwitterEmailLinkedInWhatsApp