Meer groen moet je samendoen: klimaat adaptief vergroenen noodzakelijk voor de leef- en werkomgeving.

Meer groen moet je samendoen: klimaat adaptief vergroenen noodzakelijk voor de leef- en werkomgeving.

Met name in de stedelijke omgeving hebben weersinvloeden grote impact op de leefbaarheid en het werkklimaat. Lange, droge en hete periodes worden afgewisseld met hevige stortbuien, waar in korte tijd veel regen valt. Wat moeten we doen om de omgeving aan te passen aan weersinvloeden en hoe kan vergroening daaraan bijdragen? Hoe krijgen we bedrijven mee in deze uitdaging? Over deze vragen en onderwerpen boog een panel van acht deskundige personen aan de Ronde Tafel.

Gastheer van de discussie was Ivo Hermsen, directeur van De Overhaag, specialist in groenvoorziening met name in de zorg en het onderwijs in Leuth bij Nijmegen. De andere deskundigen: Arno Peters, eigenaar van AMT Werkt  (aandacht voor mens en talent), de facilitator om mensen duurzaam te bemiddelen op de arbeidsmarkt; Jill van Schaijk, accountmanager bij Van Doorn, aannemer in de buitenruimte; Paul van Doorn, conceptontwikkelaar bij Giesbers Ontwikkelen en Bouwen; Mayke Klunder, hotspotmanager van de Groene Hotspot Nijmegen en namens Yuverta aan deze tafel; Jan Luijten, verantwoordelijk voor de Slimme Duurzaamheid bij The Economic Board Regio Arnhem Nijmegen en klimaatadaptatie van Gemeente Nijmegen;  Saskia Heins, kwartiermaker van en senior onderzoeker bij het nieuwe lectoraat Designing Regenerative and Resilient Cities bij Hogeschool Van Hall Larenstein; en Ton Derks, commercieel directeur van Infrascoop, dat overgenomen is door Ploegam, het gww-bedrijf dat emissieloos bouwt met elektrisch materieel.

Groen, rekenmodellen en grote reset

Als de deelnemers het over een ding eens zijn is het dat vergroening en verduurzaming van de leefomgeving, de bedrijventerreinen en andere buitenruimtes noodzakelijk is om het hoofd te kunnen bieden aan extreme weersomstandigheden. “Wij van de groenbranche hebben een waardevol product in handen”, stelt Ivo Hermsen. “Groen is niet langer alleen maar decoratie, maar draagt bij aan de kwaliteit van onze leefomgeving, de biodiversiteit, de gezondheid van mensen en de circulaire economie. Het biedt oplossingen voor klimaatadaptatie en is bovendien economisch aantrekkelijk.” Saskia Heins is opgeleid als sociaalgeograaf en heeft veel onderzoek gedaan naar verhuisbewegingen. “We moeten de steden en woningen groener maken. Sinds corona werken steeds meer mensen thuis, waardoor de afstand tot het werk minder van belang is”, zegt zij. “Daardoor zijn gezinnen minder gebonden aan de stad. Door parken, pleinen en andere openbare ruimte groener te maken kunnen we die gezinnen, maar ook ouderen in de stad behouden.” Jan Luijten is het met haar eens. “We zien een grote toename van hittestress onder ouderen, dus er moet vergroend worden”, vindt hij. “We moeten toe naar het nieuwe normaal en het is een opgave om dat te bereiken. In steden worden afwegingen gemaakt tussen hitte, vierkant meters, groen en de budgetten.” Volgens Paul van Doorn zou de overheid een analyse moeten maken van maatschappelijke kosten en baten van vergroening en verduurzaming. “Alle financiële stromen bij de overheden zijn sterk gescheiden. Ze zouden een integraler businessmodel moeten hebben en maatschappelijke kosten gaan bundelen om vergroening voor elkaar te krijgen”, is zijn opvatting. “Ik denk ook dat vergroening het werkplezier en de arbeidsproductiviteit vergroot.” Op de vraag wanneer dit gaat gebeuren antwoordde hij aanvankelijk: “Niet.” Maar hij kwam erop terug. “Het gaat een keer gebeuren. Als het systeem gaat vastlopen, komt er vanzelf een grote reset.”

Rekenmodellen versus waarden

De ene gemeente is de andere niet. “Sommige steden, zoals Leiden en Amsterdam, lopen voorop met vergroening. Vooral bij grotere gemeenten begint het te spelen en ook Provincie Gelderland is erg vooruitstrevend”, weet Jill van Schaijk. “Zo hebben we een reflector in de geleiderail gemaakt van bermgras, wat een eis was van de opdrachtgever.” Zij vindt dat Klimaatadaptatie, vergroening en verduurzaming de essentiële pijlers zijn voor een veerkrachtige en duurzame toekomst van zowel de bestaande, als de nieuw aan te leggen openbare ruimtes en bedrijfsterreinen. “De overheden moeten een verplichting opleggen om de bestaande bedrijventerreinen aan te pakken en eisen stellen aan de nog nieuw aan te leggen terreinen. Bedrijven komen wat langzamer op gang als het gaat om het vergroenen van bedrijventerreinen. Subsidies kunnen ondernemers overhalen om te gaan vergroenen op hun eigen terrein bijvoorbeeld.” Ton Derks vindt analoog aan het bermgras van Jill van Schaijk dat we überhaupt zo min mogelijk primaire grondstoffen moeten gebruiken en pleit voor meer circulariteit bij opdrachten. “Omdat het duurder is, kiezen opdrachtgevers daar meestal niet voor.” Het is geen kwestie van willen, maar van moeten volgens Mayke Klunder. “Soms hoor je de budgetten en dan denk ik die modellen kloppen niet.”, schetst zij. “Bijvoorbeeld wordt dan de goedkoopste hovenier ingehuurd voor het herinrichten van een schoolplein. Die kan vervolgens hooguit wat tegels eruit wippen. Ik denk dat de urgentie niet goed gezien wordt. Je zou meetbaar moeten maken wat de bijdrage van vergroening is. Dan lukt het misschien wel. Laten we beginnen met kleine dingen.” Volgens Jan Luijten gaat het niet alleen om de modellen. “Het is ook een waardendiscussie: wat vind je belangrijk? Als de gemeente opdrachtgever is, moeten ze keuzes maken om groener aan te besteden. Wat dat betreft is er nog veel te winnen.” Nijmegen en ook Arnhem doen het niet zo slecht en hebben veel plannen om groen en blauw terug te brengen in de stad, maar kleinere gemeentes hebben vaak beperkte budgetten, is de algemene conclusie.

Natuur in cijfertjes

Als het om waarden gaat heeft Paul van Doorn een opvallende opvatting. “Vergroening en ook verduurzaming begint ermee dat we ons weer leren verhouden tot en laten inspireren door de natuur”, is zijn stelling. “Pas dan gaan we weer het belang van (de) natuur inzien en dat we die nodig hebben.” Hij zit als conceptontwikkelaar aan de voorkant van processen en projecten. “Bijvoorbeeld bij het transformeren van woonzorgcentrum Joachim en Anna naar een paviljoenstructuur. Ik ben veel bezig met gebiedstransities, maar heb ook een strategische rol om te kunnen anticiperen op grote transities die op ons afkomen. We hebben ons laten inspireren door de Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties bij het formuleren van ons MVO-beleid. Wij hebben er vijf omarmd waarmee we de meeste impact kunnen maken in onze projecten; duurzame energie, circulaire economie, klimaatadaptatie, het versterken van biodiversiteit en het creëren van partnerships om deze doelen te halen.” Hij vindt dus dat we de verbinding met de natuur zijn kwijtgeraakt en dat groen te veel als een beheersbaar aspect wordt gezien. “We hebben nog wel wat werk te verrichten om uit te leggen hoe natuur werkt en je ertoe zou moeten verhouden.” Paul van Doorn noemt het voorbeeld van de eikenprocessierups. Deze kon zo woekeren vanwege een gebrek aan natuurlijke vijanden in ons gecultiveerde groen. De Overhaag probeert steeds minder gecultiveerd groen te plaatsen. “Wij proberen het nu zo natuurlijk mogelijk te doen”, geeft Ivo Hermsen aan. “Het is erg belangrijk van tevoren het verwachtingspatroon te bespreken. We moeten het aan de voorkant goed schetsen en het zal nu nog lang duren voordat de acceptatie er is.” Sommige plantengroei en onkruid zou geen kans moeten krijgen. “In een kinderdagverblijf wil je niet dat er brandnetels gaan groeien.” Mayke Klunder benadrukt in dit kader het belang van scholing. “Daarom is Yuverta partner van Green Label”, legt ze uit. NL Green Label staat voor een meetbaar duurzame leefomgeving, zoals klimaatadaptatie, energietransitie, vergroten van biodiversiteit. “Onze studenten moeten een meetinstrument hebben, echt met cijfertjes. Bijvoorbeeld bij het divers beplanten van een bepaald terrein zou je rekening kunnen houden met het gebiedslabel.” Dat label maakt de mate van duurzaamheid inzichtelijk en biedt handvatten om een gebied verder te verduurzamen.

Voorlichting en burgerparticipatie

Mayke Klunder stelt dat er verplicht meer aandacht moet zijn voor groen en duurzaamheid in het primair onderwijs. “Daarmee zullen meer jongeren kiezen voor een beroep in de groene of duurzame sector. Dan hebben we ook in de toekomst voldoende goed opgeleid personeel om de duurzame vraagstukken op te blijven pakken”, vindt ze. Het belang van goede educatie en voorlichting illustreert ze met een voorbeeld. “Als ik op het schoolplein sta, hoor ik weleens: ‘Ik heb lekker makkelijk mijn hele tuin bestraat.’ Ze zouden moeten weten hoe makkelijk het kan zijn als je het groen laat. De Groenste Tuin van Gelderland in samenwerking met Omroep Gelderland laat zien dat het mogelijk is; een onderhoudsarme groene tuin. Wij moeten onze studenten het leren uitleggen aan opdrachtgevers en wijkbewoners.” Saskia Heins onderkent het belang van burgerparticipatie om weerstanden voor verduurzaming en vergroening van de grond te krijgen. “Bij Van Hall zien we dat onderwijs en onderzoek met studenten en juiste praktijkpartners steeds meer samenvalt. Zo gaat een van onze lectoraten bijvoorbeeld specifiek over participatie”, verduidelijkt ze. “En starten we in september een nieuwe masteropleiding Duurzame Gebiedstransities. We beginnen aan de voorkant met betrekken van belanghebbenden. Studenten gaan bijvoorbeeld om tafel met bewoners of belanghebbenden in een gebied waar ze zonnevelden willen aanleggen. Als ze veel weerstand van omwonenden constateren, gaan ze in gesprek met iedereen over de vraag waarom er zoveel weerstand is. Zij geven uiteindelijk een transitieadvies af aan de opdrachtgever -in dit geval een gemeente en leveren een bijdrage aan de oplossing van het vraagstuk.” Mayke Klunder weet dat het veel mensen niet interesseert dat hun straat of tuin groener zou kunnen. “Als je ze vertelt dat er veel verandering kan zijn door hun voortuin aan te passen zeggen ze bijvoorbeeld ‘waar moet mijn fiets dan staan?’ Daarom zijn kleine stapjes voor deze mensen belangrijk, en maken we grote sprongen waar het kan.” Paul van Doorn weet dat er altijd mensen zijn in een wijk die vooroplopen. “Die moet je een bepaalde rol geven om anderen mee te krijgen in een transitie als een soort ambassadeur”, denkt hij. Op de vraag hoe je die voorlopers vindt, antwoord Saskia Heins: “Ze zijn vaak aangesloten bij milieu- of natuurclubjes. Maar het kan ook door het organiseren van bewonersavonden, want ook dan krijg je te zien wie de kar trekt.” Ton Derks vult aan: “De meeste bewoners geven de voorkeur aan goede voorzieningen, een parkeerplaats voor de deur. Voor groen moet je ze echt activeren en veel toelichting geven.”

Gemeente of samenleving, wie neemt initiatief

Soms moet je een plan doordrukken, zo liet Jan Luijten zien. “Een bevlogen ambtenaar bedacht een project voor een straat in Hatert, de Malderburchtstraat”, verduidelijkt Jan Luijten. “Hij ging het anders doen en uiteindelijk waren de bewoners er uiteindelijk heel blij mee. Het bleek niet duurder dan een minder duurzame oplossing, dus soms werkt dwang wel.” Het project kreeg het stempel mee van meest duurzame straat, maar hij geeft ook een voorbeeld van vergroening dat vanuit de buurt is gekomen. “Waar ik heel trots op ben is het initiatief van wijkcentrum De Schakel voor stadslandbouw in de wijk Grootstal. Het initiatief is echt vanuit de buurt gekomen en dat geeft veel cohesie in de wijk.” Een mooi voorbeeld, maar als er ergens snel winst te boeken valt, is dat bij aanbesteding. “Projectleiders moeten al zo veel: circulair aanbesteden, klimaatadaptief, rekening houden met biodiversiteit en duurzaamheid, de landelijke maatlat, participatiewet, omgevingswet, dat vergroot de complexiteit.” Jan Luijten vraagt aan de aannemers aan tafel waarmee zij geholpen zouden zijn. “Wat wij zien in tenders en opdrachten dat de goedkopere standaardoplossing nog steeds de norm is, terwijl Green Label de norm moet zijn. Juist bij de aanleg van nieuwe infra is vergroening van de openbare ruimte een uitgelezen kans”, is de stelling van Ton Derks. “Opdrachtgevers en overheden verwachten van ons, dat we vergroenen en verduurzamen met dezelfde prijsniveaus”, ziet Paul van Doorn. “Ik denk dat de gemeente veel meer moet ondersteunen met name met dat prijsmechanisme.” Jan Luijten denkt niet dat een stad klimaatadaptief kan worden via het beheer. “Je moet de stedelijk dynamiek benutten om te vergroenen”, denkt hij. “Maar gemeenten zijn nog te veel bezig met grondpolitiek; de grondexploitaties zijn te lineair. Daar zit het grootste probleem. Deze rotonde (d.l.: hij wijst naar buiten) is gebouwd om de veiligheid te verbeteren. Zo zou je gebiedsontwikkeling moeten zien: projecten ontwikkelen om de biodiversiteit en de vergroening te verbeten. De bodem moet sturend zijn, ook in grondexploitaties.” Paul van Doorn denkt dat de welvaarts- en verzorgingsstaat te ver is doorgeslagen. “We leggen de lat erg hoog en leggen alle problemen bij de overheid neer”, analyseert hij. “Wat doen we eigenlijk nog zelf? Vaak wordt er veel geklaagd en moet de gemeente alles oplossen en daardoor gaat het knellen op allerlei fronten. De overheid kan het niet meer aan en het geld is straks op. Zolang de maatschappij de urgentie niet voelt, heeft de overheid die ook nog niet.”

Samen oplossen

Jill van Schaijk vindt dat je zoveel mogelijk samen moet doen, maar bij ontwikkeling van nieuwe gebouwen of bedrijventerreinen kan de overheid wel eisen stellen. “In Tiel wordt langs de A12 een bedrijventerrein ontwikkeld en de gemeente heeft bepaald dat zoveel procent daarvan groen moet zijn; ook op het gebied van CO2, energie en klimaatadaptatie”, weet zij. “Wij zien wel dat gemeenten openstaan voor vergroening, maar het is sowieso beter om zoveel mogelijk samen te doen.” Jan Luijten is het met haar eens. “Ik denk dat de gemeente het niet meer alleen kan; ze hebben de burgers bedrijven en instellingen nodig.” Saskia Heins ziet een mogelijkheid om meer te gaan experimenteren bijvoorbeeld via living labs. “Gewoon doen en er open voor staan, samen; overheid, burgers, bedrijven, onderwijs en onderzoek. Dan kun je kijken wat werkt en wat niet.” Volgens Mayke Klunder zijn studenten veel vooruitstrevender dan we denken. “Als ik zie wat ze nu opleveren ten opzichte van vijf jaar geleden … Zo vroeg mogelijk mee beginnen, dan zit het goed tussen de oren.” Ivo Hermsen denkt dat het met de mindset te maken heeft. “De jongere generatie heeft een andere mindset dan ouderen. We pakken alle kansen die we zien waar we gewaardeerd worden als groenpartner. Het zou mooi zijn als de gemeente ook kansen pakt.”  Dwang werkt niet, stimuleren is beter, denkt Arno Peters: “Voorheen had je de SROI-verplichting, een percentage van de aanneemsom dat je moet besteden aan mensen met afstand voor de arbeidsmarkt. Dat werkte niet, want ondernemers kochten het af. De overheid zou het groene ondernemerschap moeten stimuleren.” Dus niet verplichten, maar wel de kans krijgen. “Ik denk dat de markt er klaar voor is. We moeten gemeenten prikkelen om iets te doen, zodat wij de kans krijgen duurzame materialen te gebruiken”, zegt Ton Derks. Paul van Doorn vindt het leuk om hier aan tafel te zitten en mee te denken. “Een gedreven gezelschap met een intrinsieke motivatie om het anders te doen. Ik denk niet dat de overheid het gaat oplossen, dat moeten we samendoen.”