cablepooling; Energie, Montferland, Zonnepark De Grift, energy, opleiding energietechniek; ENTRNCE; Energietransitie regio Arnhem - Nijmegen, innovatieprijs, goed geregeld

Evaluatie en doorstart van het Gelders Energie Akkoord

Het Nederlandse klimaatakkoord kwam de afgelopen weken veelvuldig in het nieuws. Nu het einde van het jaar nadert, is The Economic Board benieuwd hoe het staat met het Gelderse Energie Akkoord (GEA) dat de afgelopen tijd is geëvalueerd. 

Met Asje van Dijk, stuurgroepvoorzitter van het GEA, staan we stil bij datgene wat er is gerealiseerd en welke bewegingen er op gang zijn gebracht. Maar ook wat de status is van de doelstellingen en welke vorm van leiderschap en samenwerking er nodig zijn om deze te behalen.

 

Er is geen wanhoop, maar er worden kansen gezien. Vol energie bewegen we ons naar de toekomst om nieuwe pilots en projecten te realiseren

Asje van Dijk

We mogen trots zijn op de bijzondere samenwerking die is ontstaan; er is een breed netwerk van partijen ontstaan die elkaar nodig hebben en bijdragen aan de energietransitie in Gelderland. Nagenoeg alle stakeholders weten de weg en elkaar te vinden. Daarbij zien de overheden dat de energietransitie samen met bedrijven en vooral ook met bewoners tot stand moet en kan komen. En misschien wel het belangrijkste: er is geen wanhoop, maar er worden kansen gezien. Vol energie bewegen we ons naar de toekomst om nieuwe pilots en projecten te realiseren.’

Energietransitie een begrip

Wat is er zoal op gang gebracht? ‘Energietransitie is in grote delen in Gelderland een begrip geworden. Bedrijven en energiecoöperaties zijn heel bewust met energie en klimaat aan de slag. Bij woningcorporaties en gemeenten is de noodzaak tussen de oren gekomen.’ Dit wordt zichtbaar door het klimaatbeleid dat zich in de Gelderse gemeenten snel aan het ontwikkelen is. Tevens worden in een aantal wijken concrete plannen ontwikkeld om van het aardgas af te gaan. Binnen zes Gelderse regio’s ontwikkelt men regionale energiestrategieën. ‘Mooi is dat zij de kennis die ze opdoen en instrumenten die ze ontwikkelen delen binnen het GEA.’ Kortom: strategische lijnen die helpend zijn voor een volgende fase zijn uitgezet.

Concrete doelen en maatregelen ontbreken

Tegelijkertijd zien we ook de spanning tussen de geboekte resultaten en de inspanningen die dat heeft gekost. De vraag die we onszelf stelden was: ‘Komt er wel genoeg uit en kan je dat überhaupt wel meten of vaststellen?’ Uit de evaluatie blijkt dat de aandacht en uitwerking nog te veel gericht zijn op algemene uitspraken, waarbij concrete doelen en maatregelen ontbreken. Daadwerkelijke resultaten zijn nog beperkt. Daarom gaan we ons richten op het versnellen van de doelstellingen.

Een echte leider is hier niet aanwezig. Iedereen die gaat voor de energietransitie heeft de morele plicht zich als leider op te stellen, anderen mee te nemen en te voorkomen dat er achterblijvers ontstaan. Het leiderschap zit in iedereen.

Programmalijnen en leiderschap

‘Samenwerking is essentieel om verder te komen. Om bovenstaande doelstellingen concreet in te vullen en resultaten te behalen is een nieuw samenwerkingsmodel vastgesteld.’ Het GEA gaat met de volgende programmalijnen aan de slag:

  • Wijken van de Toekomst (gebouwde omgeving);
  • Bedrijventerreinen van de Toekomst (bedrijfsleven/industrie);
  • Mobiliteit, Landbouw en Grondgebruik (agrarische sector en landeigenaren) en
  • Hernieuwbare energie (duurzame opwek elektriciteit en warmte).

De programmalijnen worden overkoepeld door een samenwerking tussen de regio’s waar zij kennis en ervaring uitwisselen. De uitwerking vindt plaats in de regio’s. Op de vraag wie het leiderschap oppakt antwoordt Van Dijk: ‘Een echte leider is hier niet aanwezig. Iedereen die gaat voor de energietransitie heeft de morele plicht zich als leider op te stellen, anderen mee te nemen en te voorkomen dat er achterblijvers ontstaan. Het leiderschap zit in iedereen.’

Doelstelling 1: 1,5 procent energiebesparing per jaar

  • Stand van zaken: 1,5 % per jaar besparing blijft een uitdaging, zeker omdat er sprake is van een groeiende economie.
  • Versnellen? Door innovatie en het besef dat samenwerken loont, kan dit nog steeds gehaald worden.

Doelstelling 2: 14 procent van de gebruikte energie wordt in 2020 duurzaam opgewekt

  • Stand van zaken: zoals het er naar uitziet, wordt deze doelstelling niet gehaald. De meest recente cijfers uit 2016 tonen aan dat we destijds iets meer dan 5% duurzaam opwekten. We komen wel dicht in de buurt als we de projecten die in de pijplijn zitten op tijd kunnen realiseren.
  • Versnellen? Zonne- en windenergie zitten in Gelderland in de lift. Het aandeel windenergie in Gelderland van 392 Terra Joule (TJ) in 2015 toegenomen tot 497 TJ in 2017. Dat is een toename van 30% in twee jaar tijd. Zonne-energie doet het nog beter: van 471 TJ in 2015 is dit gestegen naar 1.016 TJ in 2017. Dat is ruim een verdubbeling in twee jaar. Als we deze ontwikkeling vasthouden dan gaan we de goede kant op.

Doelstelling 3: 16 procent van de gebruikte energie wordt in 2023 duurzaam opgewekt

  • Stand van zaken: dit is niet onmogelijk, zeker als we in 2020, gezien de positieve ontwikkelingen, de 14% wél halen.
  • Versnellen? Zie hierboven. Het is en blijft een grote uitdaging.

Doelstelling 4: in 2035 is de gebouwde omgeving van het (aard)gas af en CO2-neutraal

  • Stand van zaken: we zijn op de goede weg met de wijken die nu van het aardgas afgaan. De technologie is beschikbaar en de wil is er. Wat het lastig maakt is dat het grootste deel van de woningen particulier eigendom is en we dus de medewerking van alle huishoudens nodig hebben.
  • Versnellen? De wijken die nu van het aardgas af gaan in beeld brengen, zodat mensen mee gaan doen en zelf enthousiast worden.

Doelstelling 5: het aantal banen groeit met 1800 als gevolg van de energietransitie tussen 2016 en 2020

  • Stand van zaken: dit zal geen probleem zijn. Wat wel een probleem is, is dat we niet genoeg mensen hebben om het werk te doen.
  • Versnellen? Als technische opleidingen meer instroom krijgen, dan zullen meer mensen in de energietransitie gaan werken. We betrekken scholen nauw bij de transitie in de wijken. Daarnaast zullen vakmannen en –vrouwen meer gewaardeerd moeten worden. Zij spelen een essentiële rol.

Doelstelling 6: in 2030 is er 55 procent CO2-reductie bewerkstelligd

  • Stand van zaken: zie hierboven
  • Versnellen? Dit halen we alleen als we èn besparen èn duurzaam opwekken. Dat betekent dat onze omgeving er ook anders uit gaat zien. De ruimtelijke ontwikkelaars, stedenbouwkundigen en planologen zullen daar een belangrijke rol in spelen. Bewoners, overheden, bedrijven, energiecoöperaties, woningcorporaties etc. zullen daar nauw bij worden betrokken.

Doelstelling 7: in 2050 is er 100 procent CO2-reductie bewerkstelligd

  • Stand van zaken: Dit is en blijft het doel. Als we dit niet willen doen zullen we de gevolgen gaan merken.
  • Versnellen? We krijgen een kans om alles op alles te zetten en te laten zien dat het kan. Het creëert kansen en mogelijkheden voor innovatieve bedrijven, nieuw wonen en een samenleving die voorop loopt.

Ook interessant