Aardgasvrij Dukenburg

Aardgasvrije wijken in Nederland: deze rol spelen gemeenten Arnhem, Doesburg, Lingewaard en Nijmegen

Arnhem, Doesburg, Lingewaard en Nijmegen zijn druk bezig met het aardgasvrij maken van wijken in hun gemeenten. Ze ontvangen via de overheid een grote subsidie voor hun proeftuin met het programma Aardgasvrije Wijken. Hoe pakken ze het aan? En wat kunnen andere gemeenten in de regio ervan leren?

Inzicht krijgen in hoe woningen en andere gebouwen in ons land in 2050 van het gas af kunnen. Dat is de gedachte achter het Programma Aardgasvrije Wijken van de Rijksoverheid. Het kabinet stelt hiervoor tot 2028 voor heel Nederland 435 miljoen euro aan subsidie beschikbaar. In oktober 2018 gingen de eerste pilots van start, waar Nijmegen al onderdeel van was.

Met de subsidieronde van afgelopen oktober komen er negentien nieuwe proeftuinen bij, waarvan vijf in Gelderland: in Arnhem, Doesburg, Lingewaard, Nijmegen en Apeldoorn. In 2021 volgt een derde subsidieronde. Hiervoor komen vooral wijken in aanmerking waar men inzet op kansen voor de reductie van CO2-uitstoot.

 “Proeftuin zijn helpt ons en anderen om te ontdekken hoe je de stappen hiernaartoe het best kunt zetten. We moeten durven experimenteren in zo’n complexe opgave.”
Pieternel Blankenstein, gemeente Nijmegen

Allereerste proeftuin in Nijmegen

Zwanenveld in Nijmegen Dukenburg werd in 2018 de allereerste proeftuin van Nederland in het programma Aardgasvrije Wijken. “Dit project is geselecteerd omdat we via de energietransitie meerdere thema’s met elkaar verbinden,” zegt Pieternel Blankenstein, strategisch omgevingsmanager energietransitie bij de gemeente Nijmegen: “We benutten de energietransitie en wat er nodig is om de wijk aardgasvrij te maken als een rijgsnoer: we nemen ook maatschappelijke thema’s – denk aan werkgelegenheid en eenzaamheid – en opgaven voor de fysieke leefomgeving, zoals leegstand, braakliggende locaties en het vervangen van gasleidingen, mee.

Blankenstein en haar collega’s hebben de afgelopen twee jaar al heel wat werk verzet. Er ligt een businesscase die inzicht geeft in hoe aardgasvrij financieel haalbaar te maken is, en er is een participatieproces dat bewoners en andere stakeholders meeneemt in het traject.

De woningbouwcorporaties zijn belangrijke partners in het traject; zij fungeren als startmotor. Blankenstein: “Energiebesparing is de eerste stap naar een aardgasvrij Zwanenveld. Bewustwording is een van de doelen van onze stadsbrede campagne. Daarnaast helpen we mensen op weg  met gedragstips en kleine klusjes om energie te besparen. Zo zijn we straks beter voorbereid op de echte switch.”

Stevige ambitie

Helemaal aardgasvrij is een kwestie van de lange adem, benadrukt de omgevingsmanager. “Proeftuin zijn helpt ons en anderen om te ontdekken hoe je de stappen hiernaartoe het best kunt zetten. We moeten durven experimenteren in zo’n complexe opgave. Alleen zo leren we van de fouten én successen die we delen met de rest van het land. Een proeftuin zijn betekent vooral dat je een stevige ambitie en een goed plan moet hebben, niet dat je morgen al aardgasvrij bent.

De energie voor een toekomstig warmtenet in Zwanenveld is nu nog afkomstig uit restwarmte van afvalenergiecentrale ARN. We onderzoeken ook bronnen gebaseerd op geo- en aquathermie die deze levering vanuit in de toekomst aanvullen en wellicht kunnen overnemen,” vertelt Blankenstein.

De eerste pilot loopt ruim twee jaar, maar de gemeente heeft al subsidie in de wacht gesleept voor een tweede proeftuin. “Samen met bewoners van de wijk Hengstdal gaan we een modulair, flexibel buurtenergiesysteem (BES) ontwikkelen. De bewoners worden hierbij eigenaar van hun eigen energie-exploitatie.”

Open warmtenet in Lingewaard

Paul Hospers

Paul Hospers, projectleider gebiedsontwikkeling

Net als in Nijmegen zijn ze ook in de gemeente Lingewaard grensverleggend bezig. In de wijk Zilverkamp in de kern Huissen richt men zich op een open warmtenet met meerdere bronnen, van zonnecollectoren op een naburige vuilstortplaats tot aquathermie en restwarmte uit het naburige tuinbouwgebied.

Tuinbouwbedrijven in de buurt krijgen vanuit de projectgroep – die bestaat uit gemeente, woningcorporaties en bewoners – nadrukkelijk de vraag om mee te denken. “Zij hebben ook belang bij aardgasvrij en winnen vanaf 2021 hun energie uit snoeihout,” zegt Paul Hospers, projectleider gebiedsontwikkeling.

“In een keer naar een ideaalplaatje, dat kan niet. Je moet stapsgewijs, met tussentijdse doelen te werk gaan en pragmatisch denken.”
Paul Hospers, gemeente Lingewaard

Duurzame energie voor dezelfde prijs

Over vijf jaar moet de hele wijk aangesloten zijn op duurzame energiebronnen, zonder dat bewoners meer gaan betalen. “Komend jaar maken we een kostenplaatje en formuleren we een concreet aanbod voor de eerste 600-700 woningen,” zegt Hospers. “Als zeventig procent van deze bewoners meedoet, kunnen we beginnen met de aanleg.”

Het ideale recept voor een aardgasvrije wijk bestaat volgens Hospers nog niet. “De materie is daarvoor te nieuw en te complex,”, benadrukt hij. “Bovendien is de situatie in elke gemeente weer anders. Verdiep je dus goed in het onderwerp, wissel kennis en ervaring met elkaar uit, en durf stappen te zetten, zelfs al weet je nog niet 100% zeker of het de juiste zijn.”

Warmte uit water in Doesburg

Wethouder Peter Bollen

Wethouder Peter Bollen

 

Ook voor Doesburg bieden geo- en aquathermie interessante mogelijkheden. “Onze stad ligt in een waterrijke omgeving, in de oksel van de Oude IJssel en de Gelderse IJssel, en we denken al enkele jaren na over hoe we hieruit warmte kunnen halen,” zegt wethouder Peter Bollen. “Uit vooronderzoek weten we dat het technisch kan. En volgens onze berekeningen kunnen we het project met de overheidssubsidie woonlastenneutraal uitvoeren.”

Een proeftuin in de wijk De Ooi moet uitwijzen of de plannen ook praktisch haalbaar zijn. “Het gasnetwerk in deze wijk is verouderd en we kunnen hier voor een geldbedrag relatief veel, ruim negenhonderd huizen, van het gas afhalen,” zegt Bollen met enige trots.

“Betrek bewoners, woningbouwcorporaties en andere stakeholders vanaf het allereerste begin bij het traject; dat zorgt voor verbinding.”
Peter Bollen, gemeente Doesburg

Doesburg is klaar voor een vliegende start, met een ontwerp van het warmtenet, een stuurgroep, en een overtuigende businesscase. Volgende stap is het aanstellen van een projectleider die de details uitwerkt. “Over anderhalf jaar komt het definitieve go/no go-moment,” aldus Bollen.

Aanpak Aardgasvrije Wijken

“Zorg dat je je huiswerk technisch en inhoudelijk op orde hebt als je met een project als dit begint,” benadrukt de wethouder. “Betrek bewoners, woningbouwcorporaties en andere stakeholders vanaf het allereerste begin bij het traject; dat zorgt voor verbinding. Wij trekken als gemeente op met Waterschap Rijn en Ijssel, Woonservice IJsselland, Liander en bewoners.” Open en eerlijke communicatie over zowel gezamenlijke als tegengestelde belangen zijn daarbij cruciaal.

Welke tips geven ze elkaar en andere gemeenten die voor eenzelfde uitdaging (komen te) staan? “Geef elke partij een actieve rol in het proces, van bewoners tot woningbouwcorporaties en bedrijven,” vult Blankenstein aan. “Het kost tijd om goede afspraken met alle partners te maken over de te behalen doelen en resultaten, en ook over de rolverdeling. In onze eerste pilot hebben we hiervan geleerd.”

Begin daarnaast klein en overzichtelijk en maak het systeem schaalbaar, adviseert de Nijmeegse. “Bij onze eerste aanvraag wilden we in een keer duizenden woningen van het aardgas afhalen. Dat is ambitieus, vanwege de complexiteit en de risico’s die je loopt, bijvoorbeeld als het gaat om draagvlak en betaalbaarheid.” Hospers is het met Blankenstein eens: “In een keer naar een ideaalplaatje, dat kan niet. Je moet stapsgewijs, met tussentijdse doelen te werk gaan en pragmatisch denken.”

Meer over Aardgasvrije Wijken

Dit artikel delen

FacebookTwitterEmailLinkedInWhatsApp
FacebookTwitterEmailLinkedInWhatsApp