26 augustus 2018 - Geschreven door: Kiane de Kleijne, Junior Researcher Radboud Universiteit

IPCC klimaatrapport: Voor het klimaat, maar ook voor elkaar

Op 12 december 2015 sluiten 195 landen het Klimaatakkoord van Parijs. Hierin is afgesproken dat de opwarming van de aarde beperkt moet worden tot ruim onder de 2 graden, en er gestreefd moet worden naar maximaal 1,5 graden. Ook wordt dan het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC), het wetenschappelijke klimaatpanel van de Verenigde Naties, door deze landen uitgenodigd in 2018 een rapport te presenteren over de gevolgen van een mondiale temperatuurstijging van 1,5 graden, en de bijbehorende scenario’s voor broeikasgasemissies: Kunnen we 1,5 graden nog halen? En wat betekent dat voor onze levensstijl, onze industrie? Het IPCC accepteert de uitnodiging, en dat betekent dat er werk aan de winkel is.

Het is 11 mei 2017. Mijn eerste echte kennismaking met het ‘anderhalve graden rapport’, waaraan ik in het jaar dat volgt ga meewerken als ‘chapter scientist’. Dat omvat allerlei taken rondom het maken van een hoofdstuk- hand- en spandiensten maar ook inhoudelijke taken. Ik ben die week eigenlijk bij een klimaatconferentie in Bonn, Duitsland om interviews te houden voor mijn masterscriptie, maar ik wil die vergadering met Nederlandse IPCC-veteranen en andere belangrijke klimaatspelers echt niet missen. Ik reis die dag dus op en neer naar Utrecht vanuit Bonn, en word direct in het diepe gegooid: ik mag notuleren tijdens een kleurrijke discussie waarbij allerlei onbekende afkortingen, termen en concepten me om de oren vliegen. Het is echt een nieuw taaltje, ‘IPCC-ees’, dat je snel vloeiend leert spreken. Het ritje in de achtbaan is begonnen.

Die kennismaking blijkt een mooi voorproefje te zijn van wat een paar weken later, 5-9 juni 2017, volgt: mijn eerste vijfdaagse bijeenkomst met alle auteurs en betrokkenen bij het rapport, ongeveer honderd wetenschappers, die van over de hele wereld naar Exeter, Engeland zijn gekomen. Ik ontmoet daar de pakweg vijftien auteurs van ons hoofdstuk, met wie ik in het jaar dat volgt heel nauw zal samenwerken. Velen van hen kende ik natuurlijk al van naam, ze hebben namelijk indrukwekkende artikelen op hun naam staan. Wetenschappers die ik meestal zal aanbidden, maar die me soms ook tot tranen toe zullen frustreren. Het zijn intensieve dagen waarin we zoveel mogelijk werk verzetten. Daarna gaat iedereen immers terug naar zijn normale baan, vaak zelfs in een andere tijdzone.

“Of ik goed heb geslapen”, vraagt iemand me op een ochtend van zo’n bijeenkomst van 23-27 oktober 2017 in Malmö, Zweden, als we samen in de lift staan om naar het ontbijt te gaan. “Nee, geen oog dichtgedaan”, antwoord ik, “alles bleef maar racen in mijn hoofd.” Hij, met al zijn ervaring, zou vast wel geleerd hebben dan toch te kunnen slapen, dacht ik. Mijn enigszins wanhopige ‘Hoe ga jij daarmee om?’ maakt hem aan het lachen en hij verzekert me dat het beter wordt.

Tijd vinden om te slapen wordt in het dagelijks leven een steeds grotere opgave. Er volgt nog een laatste bijeenkomst in april 2018 in Botswana, maar ook tussen die bijeenkomsten gaat het IPCC-werk volop door en werken we met hele strakke deadlines; nieuwe artikelen lezen, referenties toevoegen, figuren maken, en tekst inkorten en verfijnen op basis van de duizenden commentaren van wetenschappers en overheden. Dat moeten we op afstand doen, dus dat betekent teleconferenties en mails, mails en nog eens mails. Als ik naar de auteurs luister bij de teleconferenties, moet ik lachen terwijl ik de notulen type want ik ken ieders trekjes zo goed dat ik precies voor me zie hoe ze praten en hoe ze bewegen.

Die bijeenkomsten maken het verschil, ze maken het persoonlijk. Want hoewel iedereen aan het rapport werkt omdat ze het zelf zo belangrijk vinden, doe je het niet alleen mét elkaar maar ook voor elkaar. Dag in dag uit werken we samen – al dan niet op afstand of in een andere tijdszone. Zonder dat persoonlijke zou het nooit gelukt zijn, dan zouden we nooit zo’n rapport hebben kunnen schrijven. Als alles goed gaat bij de goedkeuringssessie in Zuid-Korea van 1-5 oktober, kan op 8 oktober de wereld dan eindelijk meelezen met waar al die slapeloze nachten toe hebben geleid. Dan komt het rapport uit. We zullen zien wat de landen, nadat ze de samenvatting hebben goedgekeurd, met de resultaten gaan doen.

FacebookTwitterEmailLinkedInWhatsApp