24 oktober 2018 - Geschreven door: Matthijs Kop, program manager The Economic Board

Eindelijk zelf aanwezig bij de European Week of Regions and Cities in Brussel

Al sinds ik ruim tien jaar geleden als trainee aan de slag ging bij de Stadsregio Arnhem Nijmegen, hoor ik collega’s praten over de Open Days in Brussel. Dat verandert niet als ik vanuit het traineeprogramma in dienst treedt bij de gemeente Arnhem. Iedereen die ik spreek die er is geweest, vindt het weliswaar ‘typisch Brussels’ maar ook relevant en interessant. De Open Days blijven iets mysterieus voor me en er is nooit een goede aanleiding om er zelf naartoe te gaan. Tot dit jaar.

Inmiddels zijn de Open Days omgedoopt tot de European Week of Regions and Cities (EWRC). Elk jaar in oktober komen meer dan 6.000 participanten vanuit overheden, kennisinstellingen, bedrijfsleven, non-profit organisaties en andere organisaties uit vrijwel alle Europese landen samen. Nieuw dit jaar is dat de activiteiten zoveel mogelijk geconcentreerd zijn op een fysieke plek: het SQUARE Convention Centre in hartje Brussel. Deze concentratie maakt het tevens mogelijk om een beursvloer toe te voegen. Zo ontstaat er een kans om zelf naar Brussel af te reizen.

Arnout Smit van Bureau Brussel van de Regio Arnhem Nijmegen weet namelijk te regelen dat wij aan de stand van East Nederlands in het gedeelte Territorial Development invulling mogen geven. Wij zochten nog een gelegenheid om onze virtualreality-film te vertonen in Brussel en zien direct in dat de EWRC hét geschikte moment is. Het is een gok – het is de eerste editie van de beurs – om ons vr-meubel naar Brussel te laten transporteren en met diverse collega’s de standbemanning in te vullen. In het ergste geval weet geen hond de beurs te vinden of zit iedereen liever in de zon op het terras. Bovendien maakt de organisatie het ons niet makkelijk. Arnout waarschuwt mij al dat men er bij de Europese Commissie goed in is om aan andere strakke deadlines op te leggen, om vervolgens zelf eindeloos de tijd te nemen voor duidelijkheid te scheppen. Enkele dagen voor de start van de beurs is nog steeds niet geregeld dat het busje met het vr-meubel ergens mag staan voor het laden en lossen.

Maandagochtend 8 oktober vertrek ik met de trein naar Brussel, waar ik helaas met de nodige vertraging aankom. Ik krijg medelijden met collega Arnout, als je wekelijks bent overgeleverd aan de Intercity Direct. Het beursgebouw is mooi aangekleed; dat stemt hoopvol. De organisatie heeft bedacht dat het tasting event van Fruitdelta (Betuwe) na de openingsceremonie ook wel vanuit onze stand kan plaatsvinden. Het is passen en meten, maar met elkaar komen we eruit. Op de prominente plek bij de entree van de beursvloer trekt het mooie vr-meubel meteen de aandacht.

Vanaf de start is duidelijk dat we er goed aan hebben gedaan tijdens dit event met de vr-film aanwezig te zijn. In vier dagen tijd beleven ruim zevenhonderd kijkers de vr-film. Vanwege de drukte hebben wij niet elke bezoeker kunnen vragen waar hij/zij vandaan komt, maar wij noteren vertegenwoordigers uit minimaal twintig Europese landen bij ons aan de vr-tafel. Vooraf heb ik de beurstijden nergens kunnen vinden. Op maandag deelt de organisatie een briefje uit met beurstijden en zien wij tot onze schik dat de beurs op dinsdag geopend blijft tot 22:30 uur. “Dat bepalen we zelf wel”, is onze eerste reactie. Totdat op dinsdagochtend blijkt dat er ‘s avonds in potentie veel mensen kunnen komen in verband met een event. Collega Bart Jilesen en ik schakelen snel, besluiten meteen een hapje te gaan eten, laten het diner van de regio Arnhem Nijmegen dan maar aan ons voorbij gaan en keren om 20:30 uur terug op de beursvloer. Zelfs op dinsdagavond om 22:00 uur is er, ondanks de concurrentie van hapjes en drankjes tijdens een besloten receptie na de uitreiking van de RegioStars Awards, een wachtrij bij onze stand. Goede keuze dus om toch terug te komen, ook al wilde de bewaking ons er eerst niet meer inlaten.

De kijkers zijn zichtbaar onder de indruk van het innovatieve karakter van de regio Arnhem-Nijmegen-Wageningen (“hoe spreek je dat precies uit?”) en de inzet van virtual reality als communicatiemiddel. De verwondering is zelfs zo groot dat diverse participanten reageren met: “Congratulations”. Het kan zomaar dat maker VIEMR binnenkort verzoeken voor het maken van een vr-film kan verwachten uit alle uithoeken van Europa. Uiteraard maken bezoekers weer veel foto’s van elkaar met vr-brillen op. Ook journalisten en mediabedrijven vinden het vr-meubel fotogeniek.

De vr-film vormt een mooie ingang voor een gesprek over onze regio. Sommigen hebben gestudeerd aan of samengewerkt met de Radboud Universiteit of de Wageningen University & Research. Anderen hebben de regio weleens bezocht voor Europese projecten. Degenen die de regio niet kennen, zijn nieuwsgierig gemaakt. Of er niets beter kan? Enkele bezoekers vragen of er naast de Engelse, Duitse en Nederlandse versie ook een Italiaanse of Griekse versie beschikbaar is. Wie weet in de toekomst.

Op woensdag 10 oktober aan het eind van de middag nemen collega’s de standbemanning over en kan ik terugreizen naar Nijmegen. Met een defecte Intercity Direct strand ik al bij station Brussel Noord, waardoor ik extra tijd heb om terug te kijken. Sinds de première van de vr-film in juni 2017 heb ik duizenden kijkers begeleid bij de vr-experience. Het verveelt nog steeds niet. Het event in Brussel doet me beseffen dat zo’n instrument als virtual reality voor heel veel Europese landen ultra-innovatief is. Na alle Europese contacten voel ik me nog meer een European. Zeker nu ik kan zeggen dat ik eindelijk eens bij de European Week of Regions and Cities ben geweest.

De vr-experience zelf inzetten? Dat kan! Neem contact met ons op voor meer informatie of lees hier verder.

FacebookTwitterEmailLinkedInWhatsApp